Hoe ontdek je als kindercoach wat een kind zelf wil leren?
Share
Tijdens de intake vertelt een ouder wat de hulpvraag van het kind is, wat er speelt.
“Ze is zo onzeker.” “Hij durft niet goed voor zichzelf op te komen.” “Ze wordt snel boos.”
En dat is natuurlijk belangrijke informatie. Maar als je daarna aan het kind vraagt: “Wat zou jij graag anders willen?”, weet het soms gewoon nog niet wat het daarop moet zeggen.
Dat vind ik bij jonge kinderen eigenlijk helemaal niet zo vreemd. Want weten wat je lastig vindt, voelen wat je anders zou willen én dat ook nog onder woorden brengen... dat is best veel gevraagd.
Daarom vind ik het belangrijk om niet te snel in te vullen wat het doel van een kind moet zijn.
Ik wil eerst samen ontdekken: wat speelt er bij jou? Wat zou jij graag willen leren, kunnen of durven?
Een hulpvraag klinkt bij een kind vaak heel anders
Jonge kinderen vertellen meestal niet in grote woorden wat ze graag anders zouden willen.
Ze zeggen eerder:
“Ik wil mijn vinger durven opsteken.”
“Ik wil alleen naar boven durven.”
“Ik wil niet meer zo boos worden.”
“Ik wil durven zeggen dat ik iets niet leuk vind.”
Dat ís hun hulpvraag. Alleen zeggen ze het op hun eigen manier.
En soms weet een kind wel dat iets lastig voelt, maar kan het nog niet vertellen wat het precies graag anders zou willen. Dan helpt het om niet door te vragen tot er een antwoord komt, maar een andere ingang te zoeken.
In het Durf Dierenbos helpen Durfje Daantje en de Durf Dieren, door middel van spel en verhalen, om stap voor stap
zichtbaar te maken wat een kind zelf nog lastig vindt om te vertellen.
Begin niet meteen met veel vragen
Wanneer een kind nieuw binnenkomt, ligt het voor de hand om te vragen: “Wat vind je lastig?” of “Wat zou je graag willen durven?”
Maar voor jonge kinderen kunnen dat behoorlijk grote vragen zijn. Soms weten ze het antwoord nog niet, of lukt het nog niet om er woorden aan te geven.
Daarom werk ik graag met verhaaltjes. Een verhaal maakt iets begrijpelijker en geeft een kind iets om zich aan vast te houden. Het kan eerst meeleven met Durfje Daantje of één van de Durf Dieren.
Vanuit zo’n verhaal kun je samen verder praten. Wat herkent het kind? Wat vindt het ook lastig? Wat zou het zelf graag anders willen?
Zo hoeft een hulpvraag niet uit vragen te komen, maar kan die stap voor stap ontstaan.
Spel helpt een kind zich veilig te voelen
Spel kan een kind een gevoel van veiligheid geven. Het hoeft niet meteen precies te vertellen wat er aan de hand is.
Binnen het Durf Dierenbos gebeurt dat spel via Durfje Daantje, de Durf Dieren en de verhalen. Een kind kan eerst luisteren, meedenken, iets aanwijzen of een dier neerzetten.
Dat voelt vaak veiliger dan meteen vragen: “Wat wil je graag durven?”
Een kind zet bijvoorbeeld een Durf Dier aan de rand van een groepje en zegt: “Hij wil er wel bij, maar hij durft niet.”
Zo kan er via het spel ineens iets zichtbaar worden waar een kind zelf nog moeilijk woorden aan kan geven.
Eerst kijken naar wat een kind niet meer wil
Voordat een kind kan ontdekken wat het graag wil leren of durven, helpt het vaak om eerst stil te staan bij wat het niet meer wil.
Waar heeft het last van? Wat vindt het moeilijk? Wat zou het graag achter zich willen laten?
Binnen het Volg je voeten stappenplan begint de route daarom in het Spinnenbos. Daar kijkt een kind eerst naar wat het niet meer wil of waar het last van heeft.
Dat hoeft niet meteen in grote woorden. Soms is het al genoeg als een kind kan aangeven: "Dit vind ik lastig of dit wil ik niet meer zo voelen".
Vanuit daar gaan we in het Herfstbos verder kijken: als dit minder wordt of weg mag, wat zou je dan wél graag willen? Wat wil je leren, kunnen of durven?
De verhalen, Durfje Daantje en de Durf Dieren helpen om dat voor het kind begrijpelijk en veilig te maken. Zo krijgt het doel in die eerste sessie stap voor stap vorm, in woorden die bij het kind passen.
Een prentenboek dat hier mooi bij past
Ik ben gek op voorlezen en prentenboeken. Een verhaal kan een kind helpen om iets beter te begrijpen en om woorden te geven aan wat het zelf voelt of graag zou willen.
Een boek dat mooi bij dit onderwerp past is "Coco kan het!". Het gaat over iets spannend vinden, twijfelen en toch proberen.
Na het voorlezen kun je bijvoorbeeld vragen:
“Wat vind jij spannen maar zou je net als Coco graag willen durven?”
of:
“Wat zou voor jou een klein eerste stapje kunnen zijn?”
Luister naar de woorden van het kind
Wanneer een doel zichtbaar wordt, probeer ik het zo veel mogelijk in de taal van het kind te laten staan.
Niet: “Meer zelfvertrouwen ontwikkelen.”
Maar: “Ik wil durven vragen of ik mee mag doen.”
Niet: “Beter omgaan met faalangst.”
Maar: “Ik wil mijn vinger durven opsteken, ook als ik twijfel over mijn antwoord.”
Zo wordt het doel kleiner, herkenbaar en concreet. Het kind kan er iets mee. En als het doel van het kind zelf is, wordt de kans ook groter dat het gemotiveerd blijft om ermee aan de
slag te gaan.
Een kind kan iets anders willen dan de ouders
Dat is niet erg. Een ouder kan bijvoorbeeld vertellen dat een kind thuis veel boze buien heeft.
Het kind zelf zegt misschien: “Ik wil dat het niet meer zo ontploft in mijn hoofd.” Of: “Ik wil niet meer zo snel ruzie maken met mijn zus.”
Dat kan over hetzelfde thema gaan, maar toch anders voelen. Ouders zien wat er gebeurt.
Een kind voelt vooral wat het zelf lastig vindt.
Ik vind het daarom belangrijk om die twee kanten bij elkaar te brengen zonder meteen voor het kind te bepalen wat er “mis” is of waar het aan moet werken.
Kleine doelen geven richting
Wanneer duidelijk wordt wat het kind zelf graag wil leren of durven, kun je daar samen een concreet doel van maken.
Bijvoorbeeld: “Ik wil één keer mijn vinger opsteken.” “Ik wil alleen naar de wc durven op school.” “Ik wil zeggen dat ik wil stoppen als een grapje niet leuk meer is.”
Zo’n doel hoeft niet groot te zijn. Sterker nog: hoe kleiner en concreter, hoe makkelijker het wordt om samen te ontdekken welke stap als eerste haalbaar is.
Dat is ook hoe ik werk binnen het Volg je voeten stappenplan: niet vanuit een vast probleem,
maar vanuit wat het kind zelf wil leren, durven of veranderen.
Het stappenplan biedt kindercoaches een duidelijke route om kinderen spelenderwijs te begeleiden bij hun eigen hulpvraag.
Niet door voor het kind te bepalen wat het doel moet zijn, maar door samen te ontdekken wat voor hem of haar belangrijk is: waar wil jij naartoe? Wat helpt jou? En wat is jouw eerstvolgende stap?
Als een kind zelf weet waar het naartoe wil, groeit het vertrouwen om stap voor stap te durven proberen.